Elckerlyc

….. een lach en een traan van 1977 tot 1988

Het is mei 1976, wanneer er in Hoevelaken een culturele week wordt georganiseerd. Om de week succesvol te laten verlopen, wordt er aan de bewoners gevraagd om met initiatieven te komen. Ton Holzhauer, hoofd van basisschool De Hoeve, reageert spontaan op deze oproep en trommelt vrienden en bekenden, alsmede bekenden van bekenden op, want hij zou wel eens even een toneelstuk organiseren. De lat ligt direct erg hoog, want het is de bedoeling dat De midzomernachtsdroom van William Shakespeare op de planken wordt gezet. Veel geloof in een goede afloop is er niet, maar het wonder geschiedt. Met de groep ongeregeld, waarvan vrijwel niemand tevoren iets aan toneel heeft gedaan, wordt een voorstelling gegeven die staat als een huis. Het publiek is reuze enthousiast en de kranten komen met lovende kritieken. De voorstelling wordt tweemaal opgevoerd en tweemaal zit de plaats van handeling, Sparrendam, stampvol.

Fotobijschriften: Ton Holzhauer als regisseur voor het stuk “De Midzomernachtsdroom”.

 

 

Els Groosjohan is één van de personen, die enthousiast wordt gemaakt voor het project van Ton Holzhauer. “Ton was een creatief figuur”, zegt Els over haar toenmalige collega van De Hoeve. “Zowel beeldend, als op het gebied van toneel. Hij draaide zijn hand nergens voor om. Wanneer er op school een festiviteit was, dan bedacht Ton een toneelstuk en wij voerden dat dan op. Hij had altijd al heel snel het hele stuk en decor in zijn hoofd. ‘Vraag maar wie er mee wil doen’, zei hij dan. De midzomernachtsdroom hebben we toentertijd in vrij korte tijd op de planken gezet”.

Els Groosjohan, hier in de rol van Puck in “De Midzomernachtsdroom”, is van start tot finish bij toneelvereniging Elckerlyc betrokken.

Na de succesvolle uitvoering van het stuk van Shakespeare zijn de deelnemers dermate enthousiast, dat ze de oprichting van een toneelvereniging wel zien zitten. Ton Holzhauer zou dan de regisseur moeten worden, maar die bedankt voor die eer. “Ton bedacht liever spontaan iets, dan zich aan een toneelgezelschap te verplichten”, zegt Els.

Het aantal deelnemers aan De Midzomernachtsdroom is dermate groot, en de speelruimte in Sparrendam dermate beperkt, dat de groepsfoto in twee delen moet worden genomen.

Foto boven, achter vlnr: Harriet van Looyengoed, Pieter van de Linden, Jos Bouten, Sijtje Pluim, Rob Groosjohan,  Carla Smit, Han Delen, Els Groosjohan.

Foto onder, achter vlnr: Theo Zuurman, Bob de Wolff. Midden vlnr: Els Groosjohan, Hilde Bachman, Frans Groosjohan, Rink van Veluw, Ries Lubbers, Cees Boersen, Ton Holzhauer.

Op de voorgrond op beide foto’s zitten (in willekeurige volgorde) de elfjes Annet, Sonja, Anita, Tineke, Inge, Femke, Marischka en Karin alsmede de aardmannetjes (ook in willekeurige volgorde) Ronnie, Frank, Peter en Leon.

Het toneelgezelschap krijgt een naam
Dat Ton Holzhauer niet de verplichting wil aangaan om zich als regisseur aan een toneelgezelschap te binden, weerhoudt een deel van het spontaan ontstane gezelschap niet om met regelmaat bij elkaar te blijven komen. Vooral dankzij Sijtje Pluim, zo valt op de maken uit het Hoevelakens Nieuwsblad van 21 april 1982. “Zij is nog steeds de motor van het toneelgezelschap”. In 1977 leidt dat tot de oprichting van een officiële toneelvereniging, die als naam Elckerlyc meekrijgt. Deze naam komt van een 15-eeuws Nederlandstalig zinnespel, voluit Den Spyeghel der Salicheyt van Elckerlijc geheten. Het idee voor die naam komt uit het brein van Frans Groosjohan. “Mijn schoonvader was heel belezen”, zegt Els over de naamgever. “Hij bedacht deze naam en daarover was eigenlijk iedereen wel direct enthousiast”.

De eerste uitvoeringen als officiële toneelvereniging
Het eerste stuk dat Elckerlyc in 1977 als officiële toneelvereniging ten uitvoer brengt is Het spook van Canterville. Sijtje Pluim, die op dat moment al 25 jaar toneelervaring heeft, neemt daarvoor de regie op zich.

De vertolkers van “Het spook van Canterville”, met vlnr: Frans Groosjohan, Harriet van Looyengoed, Rink van Veluw, Els Groosjohan (voorgrond), Sijtje Pluim, Gerda van Vilsteren, Hanni Kolber, Han Delen, Carla Smit, Cees Boersen, Leni Loijer (achtergrond).

Subsidie
Zeven maanden later, op 16 december 1977, volgt er al een tweede stuk: De Kooi, een eenakter van de Amerikaanse schrijfster Marjean Perry. De voortvarendheid van Elckerlyc heeft te maken met het financiële ruggensteuntje, dat de toneelvereniging krijgt. De groep kiest namelijk deze eenakter, omdat zij zich zo snel mogelijk opnieuw wil manifesteren na van de gemeente een subsidie van duizend gulden te hebben gekregen. De Kooi is minder ambitieus dan Het spook van Canterville, maar staat wel onder professionele begeleiding. Bert van Delden neemt, zo vaak als het hem maar mogelijk is, de spelers onder zijn hoede. Wanneer Bert is verhinderd, neemt Sijtje Pluim de regie van hem over.

Bert van Delden en Sijtje Pluim (voorgrond) ontfermen zich tijdens een repetitieavond op 20 oktober 1977 over de deelnemers aan eenakter De Kooi,  Leni Loijer (als souffleuse), Els Groosjohan, Cees Boersen en Gerda van Vilsteren.

Het vervolg
Toneelvereniging Elckerlyc stelt zich als doel, om te komen tot minimaal één uitvoering per jaar. Na de beide voorstellingen in 1977 komt Elckerlyc met de stukken Er verdwijnt een gast (1978), Daar moet je vrouw voor zijn (1979), en vanaf november 1979, na de opening van de nieuwe Stuw aan De Brink, met Zachtjes met de deuren (1980), Boeven en Madeliefjes (1981), Pechvogels (1982) en Jan Rap en zijn maat (1983). Sijtje Pluim regisseert de eerste drie stukken in dit rijtje. De uitvoeringen van 1980, 1981 en 1982 staan onder regie van Henk Douze. Jan Rap en zijn maat is het eerste stuk onder leiding van Jaap Bron.

“Elckerlyc was een hele gezellige vereniging”, zegt Els Groosjohan, die van start tot finish bij de toneelvereniging is betrokken. “Iedereen kwam graag naar de repetities en er werd hard en serieus gewerkt om ieder jaar tot een goede uitvoering te komen. Er waren wel eens wat strubbelingen, vooral wanneer de groep wat groter werd, maar die werden toch altijd snel weer opgelost”.

Als officiële vereniging repeteert Elckerlyc tot 1982 in de bedrijfsruimte van Nicolette, een pand boven de meubelzaak van Doggenaar aan de Zuiderinslag. Vanaf 1983 vinden de repetities plaats in het pand van Priema, bij de kaboutertuin aan de Nijkerkerstraat. Philip Woldringh, bij Elckerlyc betrokken van 1980 tot 1985, bewaart daaraan goede herinneringen. “Wij mochten daar gratis repeteren, op voorwaarde dat mevrouw Priem bij de repetities mocht komen kijken. Dat mocht. Ze zat altijd op dezelfde plek met een breiwerkje, met af en toe wat commentaar. Ze genoot en voelde zich steeds meer op haar gemak. Zoveel zelfs, dat ze haar gebit ook maar achterwege liet. Met als gevolg dat haar kritische opmerkingen er nog wel waren, maar niemand ze meer kon verstaan! Toen we Jan Rap en zijn maat gingen spelen werden we een beetje nerveus vanwege de schuttingtaal, seks, drugs en godslastering in de tekst. Maar mevrouw Priem vond het allemaal prachtig”!

Els Groosjohan vult aan: “Er was altijd koffie en thee voor ons, waar we nooit voor hoefden te betalen en er was verwarming. Wanneer mevrouw Priem jarig was, of haar man, dan kregen we altijd saté. Het was echt een geweldige tijd”.

Scenes uit de stukken van 1978 tot en met 1983

Beeld van een scene uit Er verdwijnt een gast (1978), met vlnr: Toos Groosjohan, Jan de Beer sr., Sijtje Pluim. Aan tafel: Carla Smit

Beeld van een scene uit Daar moet je vrouw voor zijn (1979) met vlnr: Gerda van Vilsteren, Joke Schipper, Ton Ravenhorst, Jan de Beer sr., Leni Loijer en Cees Boersen.

 

Beeld van een scene uit Zachtjes met de deuren, met vlnr: Leni Loijen, Philip Woldringh, Toos Groosjohan en Jan Budding.


Beeld van een scene uit Boeven en madeliefjes (1981) met Toos Groosjohan en Joke Schipper.
 

Beeld van een scene uit Pechvogels (1982) met Sijtje Pluim, Guus Schillemans en Leni Loijen.

 

Beeld van een scene uit Jan Rap en zijn maat (1983) met Jan Budding en Frans Groosjohan.

Zelfwerkzaamheid
Toneelspelen is bij Elckerlyc meer dan repeteren voor een stuk en dat ten uitvoer brengen. De leden van Elckerlyc verzorgen, naast de uitvoering, zelf de programma’s en de affiches. Tevens worden de decors zelf gebouwd en wordt er voor achtergrondgeluiden gezorgd, zoals bliksem, regen, storm, sirenegeloei, klapperende luiken en meer van dergelijke geluiden.
Verder moet er geld in het laatje komen, om de uitvoeringen betaalbaar te houden. De leden van Elckerlyc verzorgen daarom de nodige nevenactiviteiten, om ook naamsbekendheid te krijgen. Tijdens Koninginnedag kunnen kinderen zich laten schminken, tijdens diverse braderieën worden er kluchten opgevoerd en in één van de decembermaanden wordt er een kerststuk opgevoerd in het dorpshuis in Terschuur.

Op hoop van zegen
In 1984 staat het stuk Op hoop van zegen van Herman Heijermans op de rol. Net als bij De midzomernachtsdroom en het in 1983 opgevoerde Jan Rap en zijn maat komt de lat erg hoog te liggen. Regisseur Jaap Bron vertelt daarover tegen Anneke Martini in het Hoevelakens Nieuwsblad van 4 april 1984: “Vanuit de groep kwam de wens naar voren, om een kostuumstuk te spelen. Daar het stuk zich in Scheveningen, en dus in visserskringen, afspeelt, kan dit stuk ook alleen maar in kostuum worden gespeeld”.

“Ten tweede”, gaat Jaap Bron in hetzelfde artikel verder, “wilden we een stuk met een grote bezetting, zodat iedereen kon deelnemen”. Verder vindt Jaap, dat na het proces met emoties bij Jan Rap en zijn maat , de groep dit bewogen stuk van Heijermans eveneens aankan, zij het met geheel andere emoties.

Dan komt er een ommekeer in het verhaal met Jaap. “Wat de bezetting betreft zijn we met de rolverdeling uitgegaan van de basisgroep. Helaas kon een aantal spelers inhoudelijk niet overweg met Herman Heijermans. Zij zijn uit de rol genomen en we hebben gastspelers aangenomen. Dit levert wel enige problemen op. Deze spelers zijn alleen aanwezig, wanneer zij zelf aan de beurt zijn. Hierdoor wordt het saamhorigheidsgevoel van de groep toch wel enigszins belemmerd”.

“Na een wat stroef begin, omdat we moesten wennen aan het nieuwe stuk en aan elkaars persoonlijke benadering, is nu het enthousiasme redelijk daar. Het heeft lang geduurd deze keer. Inherent aan het hebben van een grote bezetting en met het rekening houden met steeds meer mensen, duurt het inspelen ook langer. De afwezigheid van sommigen werkt als een rem”.

Het gezelschap dat Op hoop van zegen speelt. Staand vlnr: Bert van Vilsteren, Betty van Vilsteren, Joke Schipper, Lenie Loijer, Helma van Sabben, Sijtje Pluim, mevrouw Priem, Frans Groosjohan, Gerrie Budding, Jan Budding, Philip Woldringh. Voor vlnr: Jeannet Zwerts, Toos Groosjohan, Els Groosjohan, Brigitte Lammers, Christien Ytsma.

Verwarringen: De Verwarring is compleet
Op hoop van zegen wordt als uitvoering een groot succes, maar de nasleep is enorm. Dat blijkt uit een artikel uit de Amersfoortse Courant van april 1985. Jos Bouten, journalist bij deze krant en tijdens het stuk Op hoop van zegen één van de gastspelers, wijdt rondom het blijspel Verwarringen van Alan Ayckbourn, een artikel over Elckerlyc. Een kwart van het stuk gaat over de inhoud van de vijfakter, driekwart over de reuring, die er binnen Elckerlyc heerst. Jos Bouten schrijft hierover: “Regisseur Jaap Bron schrijft in het programma, dat Elckerlyc met aanstekelijk enthousiasme het geheel zal opdienen. Een bijzondere mededeling, want het heeft lang geduurd, voordat acteurs en actrices met overtuiging en plezier aan het stuk zijn gaan werken. Elckerlyc heeft namelijk een moeilijk jaar achter de rug. De eerste strubbelingen begonnen al snel na afloop van de zeer geslaagde vertoning van Op hoop van zegen. Een groot kostuumstuk, waarin bijna alle spelers hebben waargemaakt wat van hen werd verwacht. Zo’n succes smaakt naar meer, maar dan mag er geen fout worden gemaakt in de keuze van het nieuwe stuk. Van de zeven kanshebbers viel tenslotte De Spaanse hoer van Hugo Claus in de prijzen. Sommige spelers wilden daar echter niet aan, zodat opnieuw moest worden gestemd. Verwarringen kwam toen als nummer één tevoorschijn. Maar daarmee waren alle problemen niet opgelost. Integendeel, sluimerende tegenstellingen verdiepten zich ten koste van de goede sfeer. In januari 1985 sloeg de vlam in de pan. Harde waarheden spetterden door de groep, gevolgd door de kardinale vraag, of Elckerlyc al dan niet met het gekozen stuk moest doorgaan. Toen Verwarringen op de zeef van de kritiek bleef liggen, verdween ook de malaise als vuil door de gootsteen. Iedereen fleurde op en het enthousiasme bloeide tijdens de repetities als nooit tevoren.

Een maand later kwam de positie van de regisseur aan de orde. Wilde hij ook het volgende seizoen blijven? Jaap Bron koppelde zijn jawoord aan twee voorwaarden: 1. Hij zou een groot aandeel moeten hebben in de keuze van het stuk en 2. Hij wilde weinig concessies doen aan de leden. De meerderheid van de spelers stemde met zijn eisen in. Voor Sijtje Pluim, die negen jaar geleden de vereniging heeft opgericht, reden om op te stappen. ‘De regisseur is er voor de vereniging en die verhoudingen moet je niet omdraaien’, zegt ze verdrietig. ‘Jaap wil alleen sterk toneel met sterke spelers. Dat gaat naar mijn gevoel in tegen de belangrijke doelstelling van Elckerlyc. Die zegt, dat nieuwe, onervaren leden ook een kans moeten krijgen, zelfs als ze niet zoveel talent hebben. Nee, Elckerlyc is Elckerlyc niet meer’.

Philip Woldringh, wel een talent, kan zich helemaal verenigingen met het standpunt van de regisseur. ‘Het is juist verkeerd, als Elckerlyc altijd moet blijven wat ze ooit is geweest. Dat zou betekenen, dat er geen nieuwe wegen kunnen worden ingeslagen en dat brengt vroeg of laat de dood in de pot. Van tweeën één: of Elckerlyc blijft een gezelligheidsclubje, of ze wordt een vereniging, die telkens wil laten zien wat ze kan. Voor dat laatste heeft het merendeel gekozen’ ”. (Einde citaat)

Een deel van het toneelgezelschap Elckerlyc op 13 maart 1985, dat het stuk Verwarringen speelt. Staand vlnr: Jan Budding, Lenie Loijen, Toos Groosjohan, Brigitte Lammers, Simon Faber, Philip Woldringh, Jaap Bron (regisseur), Gerrie Budding, mevrouw Priem, Frans Groosjohan. Voor vlnr: Bettie van Vilsteren, Jeannet Zwerts, Joke Schipper, Els Groosjohan, Christien Ytsma.

Jaap Bron
Els Groosjohan is stellig, wanneer naar haar standpunt wordt gevraagd in de hierboven beschreven kwestie. “Ik stond volledig achter Jaap”, zegt ze. “Jaap was een man met veel kwaliteiten. Hij kon mensen krijgen waar hij ze hebben wilde. Hij kon emoties bij mensen losmaken die echt waren en niet als gespeeld overkwamen. Jaap haalde meer beleving uit de mensen, dan zijn voorgangers. Mede door hem ben ik dramadocent geworden en ben ik al sinds 2006 als regisseuse betrokken bij 4Kids, een toneelgroep voor kindertoneel”.

En verder: “Van de perikelen die speelden is veel langs me heengegaan. Het was vooral een bestuurskwestie. Omdat mijn schoonvader, Frans Groosjohan, in het bestuur zat hoorde ik er wel eens wat van, maar verder heb ik er weinig van meegekregen”.

In 1986 neemt Jaap Bron afscheid van Elckerlyc met het stuk Het testament van de hond. Zijn vertrek komt niet geheel onverwacht. “Jaap heeft altijd aangegeven het liefst niet langer dan vier jaar bij een toneelvereniging te willen blijven”, zegt Els.

1987: Een nieuwe regisseuse 
In 1987 komt het niet tot een uitvoering, maar wel tot een nieuwe regisseuse: Marianne Vermeulen (foto). Onder haar regie wordt op 12 maart 1988 Het huis van Bernarda Alba opgevoerd. Aan dat stuk nemen alleen vrouwelijke acteurs deel. In het Hoevelakens Nieuwsblad uit die tijd zegt Marianne Vermeulen daarover: “Het is zwaar te spelen. Zelfs de professionele gezelschappen hadden er moeite mee, om die ingetogen kracht te pakken. Je hebt er lef voor nodig om je gevoelens te laten blijken op het toneel. Lorca heeft het stuk in een zeer dichterlijke taal geschreven en dat moeten de spelers zich eigen maken. Soms pakken ze de juiste toon en dan opeens verslapt dat weer. Hoewel we vooraf veel leesrepetities gehouden hebben, is het op toneel toch heel anders, wanneer ze hun lijf moeten gebruiken. Ik vind het belangrijk dat de speelsters hun eigen visie erin gooien en ik wil geen regisseuse zijn die hen alles voorkauwt. Ik wil graag een goede dialoog, met hen erover praten. Ze zijn in de tijd dat ik hen regisseer veel zelfstandiger geworden, ze werken hard en ze zijn erg bereid. Het enige dat ik ze wil bijbrengen is meer vrijheid, het moet nog speelser. Ze hebben zich toch heel goed ontwikkelt en spelen beter dan ooit”.

Beeld van een scene uit Het huis van Bernarda Alba (1988). Vlnr: Betty van Vilsteren, Toos Groosjohan, Gerda van Vilsteren, Jeannet Zwerts, Will van Beusekom, Brigitte Lammers, Loes Meyerink.

Het huis van Bernarda Alba blijkt zowel het eerste als het laatste stuk met Marianne Vermeulen als regisseuse. Tevens komt er na dit stuk een einde aan toneelvereniging Elckerlyc. Els Groosjohan daarover: “De meeste spelers waren er geen voorstander van om met Marianne door te gaan. Er was geen echte click tussen haar en de groep. Sommigen wilden wel dat ze bleef, maar niemand deed echt moeite om het op zich te nemen een andere weg in te slaan. Je kunt dat de nasleep van het stuk Verwarringen noemen”.

In 1988 heft Elckerlyc zichzelf op.